Het nieuwe normaal in de Kerk

De kerken zijn weer open. Daar hebben we lang naar uitgezien. In de afgelopen maanden klonk een nieuw woord ‘huidhonger’. Dat is de dringende behoefte om andere mensen te kunnen aanraken, een hand te geven of te omhelzen. In de kerk klinken woorden als ‘eucharistische honger’ of ‘hostiehonger’. We willen het weer zoals het was: met elkaar vieren. Helaas is het voorlopig nog niet zoals het was. Ook in de kerk gaan we naar een nieuw normaal met de afstand van anderhalve meter. Er is gel om te desinfecteren, er zijn gemarkeerde zitplaatsen en er is een looprichting. Er is geen koor en er is geen samenzang. De medewerkers aan het altaar houden afstand en tijdens de communie is er een veilige scheidingswand tussen de bedienaar en de mensen die ter communie gaan.
Nadat in de afgelopen periode meerdere uitbraken van het coronavirus in kerken zijn begonnen, wordt er door de overheid kritisch gekeken naar het ‘nieuwe normaal’ in onze kerken. Omgekeerd, als verantwoordelijken in de kerken willen we geen uitbraak van corona op ons geweten hebben. Eén van de dingen die momenteel serieus onderzocht worden, is het zingen. Is dat misschien een serieus gevaar van besmetting?
Niemand leeft graag in een kerk met een constante smetvrees. Maar we troosten ons met de gedachte dat het in andere sectoren ook zo moet. Sommige mensen zijn erg bang voor de versoepeling in de maatregelen. Anderen vinden de maatregelen af en toe overtrokken. In onze twee parochies volgen we deze regels vanuit loyaliteit aan de verantwoordelijken voor deze maatregelen en aan de andere parochies. En overtrokken of niet: we nemen deze maatregelen op ons, omdat we zorg hebben voor elkaar, in het bijzonder voor de risicogroepen.